Details
91 p. : ill.
Teksten in het Nederlands en het Engels
Wordt vervolgd door : Overkant
Besprekingen
De Gazet van Antwerpen
'In Vlaamse velden klappen rozen open', de openingsfrase van John McCraes beroemde In Flanders Fields, werd door Jan Decleir met passende bas voorgedragen, voor een publiek dat na de Last Post was blijven wachten op Niemands Land. Veel volk, de 'Minister-van-Oostende' Vande Lanotte die z'n eega de hele avond liefdevol omarmde, opvallend veel jongeren ook. De literaire erfenis van Owen, Sassoon, McCrae maar ook Edmund Blunden, Robert Graves en - de enige vrouw - Margaret Postgate Cole is niet vergeefs.
"Wij hebben die literaire erfenis niet zelf", aldus Lanoye, die de gedichten vertaalde, bewerkte en hérwerkte naar z'n eigen idioom. Met dit als doel: de herinnering aan de oorlog, aan oorlogen, mag niet verloren gaan. "Dulce et decorum est pro patria mori, is Latijn," zei Lanoye. "'t Is goed en zoet te sterven voor het vaderland zegt dat gedicht. Aangezien we hier eigenlijk op Brits grondgebied staan en er alweer een oorlog dreigt aan te komen, draag ik dit gedicht graag op aan Tony Blair en George Bush." Applaus als appreciatie, applaus van angst en argwaan ook.
Hard en teder tegelijk, klonken Lanoyes gedichten. Door hemzelf met Jan Decleir en Josse De Pauw voorgedragen, enkel ontladen door muziek van de Koninklijke Harmonie Ypriana, troostend voor wonden van alle tijden. Het werd donker in Ieper, niemand had het gemerkt. Een kind van 2 werd moe en schreeuwde om haar bed. Ze wist niet waarom ze hier was, maar ooit mag ze Tom Lanoye dankbaar zijn voor Niemands Land. Hun namen leven voort, zegt de Menenpoort. Nu ook hun woorden.
De Morgen
In de loopgraven rond Ieper werd tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Britse militairen niet alleen geschoten en gestorven, er werd ook heel wat geschreven. Goed geschreven, zelfs. Door jonge soldaten met ronkende namen als Wilfred Owen, Siegfried Sassoon, Edmund Blunden en Isaac Rosenberg. Ze gingen de geschiedenis in als the war poets. En ze werden opnieuw uit die geschiedenis opgepikt door Tom Lanoye. Hij vertaalde en bewerkte 32 gedichten en gaf ze uit, samen met fotograaf Michiel Hendryckx en met tekenaar en vormgever Dooreman.
Niemands Land is een getuigenis uit het verleden die aanspraak maakt op het heden. Lanoye legt door zijn bewerking de gedichten heen immers een impliciet verband met de huidige omstandigheden. Hij deed dat in een bui van culturele jaloezie, in een poging om ook ons collectief geheugen bij te schaven met een bijzonder stukje literatuur. Niemands Land is een palimpsest, dat ons geheugen op wil frissen, dat een stukje verloren verleden weer op wil delven, niet zonder het eerst door de mallemolen van het heden(daagse) te halen. Verloren verleden - Lost Past. Het is de titel van de intrigerende tentoonstelling die zondagavond de deuren sloot en die wat de thematiek betreft alvast de nodige verbanden met Lanoyes project vertoont.
Het leverde een erg vreemde sfeer op zondagavond in Ieper, toen Lanoye zijn bundel onder grote belangstelling kwam presenteren, geflankeerd door Josse De Pauw en Jan Decleir, en onder begeleiding van de Harmonie Ypriana. Onder de Menenpoort, het monument dat werd opgericht ter nagedachtenis van de gesneuvelden en na de Last Post, het eerbetoon dat voor het eerst werd geblazen op 11 november 1929 en sindsdien dagelijks wordt herhaald om acht uur 's avonds. Veel traditie, dus, in een historische setting, maar tegelijk was het een avond van een brandende actualiteit. Die werd even heel erg expliciet toen Lanoye een gedicht opdroeg aan Blair en Bush, "voor alweer een oorlog die op ons af komt gestevend". Een uitspraak die prompt op applaus werd onthaald.
Verder werd de avond vooral gedomineerd door een soberheid en sereniteit die het boek waardig is. Drie van de grootste vertellers die Vlaanderen rijk is, een stuk of wat gedichten, een harmonie, een programma dat aan elkaar wordt gepraat door Chantal Pattyn, wat sobere spots die de duizenden gesneuvelde namen, die in de Menenpoort gegraveerd staan, belichten. Meer heb je niet nodig om zo'n mooi boek aan zo'n breed publiek te presenteren. Maar als je het met minder wilt doen, slaag je er nooit in om het Ieperse filiaal van een bekende boekhandel om halftien en op een zondagavond barstensvol te stouwen met mensen die zich allemaal dezelfde dichtbundel willen aanschaffen. Gesigneerd door Lanoye himself weliswaar. Als hij binnengeraakt is tenminste.
Niemands Land is verschenen bij Prometheus en ligt nu in de winkel.
Lanoye droeg een gedicht op aan Blair en Bush, 'voor alweer een oorlog die op ons af komt gestevend'
De Standaard (2)
Bij de aanvang van zijn carrière, in het begin van de jaren tachtig, maakte Tom Lanoye furore als dichter. Zijn poëzie stond nadrukkelijk in de performance -traditie, en de polemische geschriften die hij in die periode schreef, waren vaak venijnige verdedigingen van toegankelijke podiumpoëzie. De zeer succesvolle activiteiten als columnist en politiek polemist ( Doén! ), toneelvertaler en -bewerker (zijn bekende Shakespaerebewerkingen) die hij sindsdien ontwikkelde en zijn spraakmakende romans over de Belgische politieke actualiteit hebben de dichter Lanoye echter wat aan het zicht onttrokken. Zijn laatste echte dichtbundel verscheen alweer meer dan tien jaar geleden, Hanestaart uit 1990.
Het is zeer de vraag in hoeverre met Niemands land: Gedichten uit de Groote Oorlog de dichter herrezen is. Het is, allereerst, geen solowerk, maar een catalogusachtig, stevig gekaft Gesamtkunstwerk, waarin naast de teksten van Lanoye ook foto's van Michiel Hendryckx, tekeningen van Dooreman en de oorspronkelijke Engelstalige teksten van de gedichten werden opgenomen. Niemands land bevat namelijk niet zozeer nieuw werk als wel bewerkingen van bestaande poëzie, geschreven tijdens of naar aanleiding van de gruwelijkheden van de Eerste Wereldoorlog, met als openingsgedicht meteen de grootste klassieker uit het genre: ,,In Flanders Fields'' van John McCrae. Als ik het me goed herinner, ontstond naar aanleiding van de publicatie van dit gedicht in De Standaard een discussie over de juistheid van Lanoyes vertaling. De bundeling in Niemands land toont dat dat een nutteloos debat is: met het afdrukken van de oorspronkelijke gedichten (steevast met de vermelding ,,naar...'') is Lanoye de eerste om zelf te laten zien hoezeer hij met de oorspronkelijke gedichten aan de haal ging in zijn Nederlandse bewerkingen. Hij springt daar openlijk zeer nonchalant mee om: in de bewerking van ,,In Flanders Fields'', bijvoorbeeld, werden de fameuze ,,poppies'' vertaald als ,,rozen'', in ,,Break of Day in the Trenches'' is het weer gewoon ,,papaver''. In een van de Lanoye-bewerkingen gaan mensen ,,voor ze dansen of jagen gaan,/ Een omelet met spek achter hun kiezen slaan'', terwijl er in het Engels ,,come in after hunting/ To gobble their muffins and eggs'' staat. En de ,,veteraan'' die bij Lanoye ,,achttien'' jaar oud is, blijkt in het origineel ernaast ,,nineteen''. De Engelse eigennamen en plaatsen kregen allemaal een Vlaams equivalent.
Met zulke opvallende afwijkingen kan dus nooit een nauwgezette, letterlijke vertaling bedoeld zijn. De vraag rijst wat dan wél de opzet van dit boek was. Ongetwijfeld is het een serieus bedoeld project. Waar de vroege Lanoye in ,,The subway sarabandes'' (in In de piste ) nog een archaïsche spelling gebruikte als komisch effect, is er volgens mij bij de Groote Oorlog geen greintje ironie in het spel. Het dichtst bij een pastiche komt het middendeel van de in drieën gedeelde bundel, waar Lanoye het gedicht ,,The assault'' van Robert Nichols pagina's lang parafraseert in een exuberante expressionistische opmaak met de welbekende uiteenlopende, grote, kleine, cursieve en vette lettertypes (genre ,,Boem Paukeslag''). Wat hiervan de grond is, ontgaat me: heeft Lanoye geprobeerd de indruk van een contemporain tekstbeeld te wekken? Dan geldt voor hem nog sterker dan wat voor de toenmalige expressionistische epigonen al gold: dit effect verveelt snel en overschreeuwt zich gauw. Dit deel valt niet alleen qua opmaak uit de toon, ook voor het overige helt Lanoye meestal over naar een gebalder versie van het origineel, en relativeert hij de vaak al te grote woorden. Daarmee lopen zijn overige bewerkingen mooi parallel met Hendryckx' fotowerk in de bundel: de bombast van de veelal pompeuze herdenkingsmonumenten krijgt door zijn subtiele, strakke zwart-wit fototechniek haast iets intiems en zo reanimeert de fotograaf als het ware het ooit beoogde gevoel van verdriet en rouw.
Ook Lanoyes bewerkingen blazen deze vaak erg pamflettaire dikhout-poëzie nieuw leven in. Het geheel van fotowerk, tekeningen, originele en bewerkte teksten laat ontegenzeglijk een desolate indruk na, die lang bijblijft. Niettemin dringt zich tegelijkertijd ook een paradoxale ervaring op: juist Lanoyes geslaagde poging om de oude gedichten tot leven te schrijven, toont aan hoe dood deze poëzie in feite is, met een jargon, een humanitair realisme, een sentimentaliteit ook en eendimensionaliteit die niet van deze tijd is. Wat toen poëzie was, bevindt zich nu -- uitzonderingen daargelaten -- haast op het niveau van de stompzinnige heroïek van de Amerikaanse comicbook-tekenaars na 11 september. Vreemd genoeg doet Lanoye je inzien hoe tijdgebonden zogenaamd universele waarden als verdriet en dood ook kunnen zijn.
TOM LANOYE, Niemands land: Gedichten uit de Groote Oorlog, met foto's van Michiel Hendryckx en tekeningen van Dooreman, Prometheus, Amsterdam, 92 blz., 25 euro.
Je neemt het boek met respect in handen, omdat het dat respect opeist. Je verwacht de naam Tom Lanoye niet meteen samen te zien met een foto van het Canadian Memorial in Vimy. De dikke zwarte letters van de titel, NIEMANDS LAND, staan hoekig en scherp rechtop, als bunkers in de eeuwig vlakke polders. De treurende vrouw op de foto wordt platgedrukt door een overweldigende lucht.
Niemands Land bevat 32 gedichten die Tom Lanoye in opdracht van De Standaard vertaalde en bewerkte. Ze zijn van de hand van jonge dichters die in de Eerste Wereldoorlog hun ellende en woede enkel kwijt konden aan het papier. Wilfred Owen, Siegfried Sassoon, Edmund Blunden, Isaac Rosenberg, en negen anderen.
Los van de heel persoonlijke vertalingen valt het boek op door zijn prachtige fotografie en de sobere lay-out. Michiel Hendryckx, afkomstig uit Veurne en een kenner van de vroegere frontstreek, die tot aan de Zwitserse grens loopt, schoot 26 beelden. Op één ervan zijn twee piepkleine mensen te zien. Maar verder zien we de gedenkplaatsen als zwijgende getuigen in de natuur, overgeleverd aan het spel van weer en licht.
De foto's zijn subliem afgedrukt, in een techniek die ,,duotoon'' heet. Wat vrij vertaald kan worden als kleurendruk met maar twee kleuren, zwart en wit, en daartussen een schier oneindige variatie aan grijstinten. Het voegt diepgang, een derde dimensie toe. Hendryckx' favoriete foto, een landschap vol kraters in Vimy, dat overgroeid is door fijn, zacht gras, is pure, zelfs sensuele poëzie. Het is een beklijvend beeld dat geen woorden nodig heeft.
Michiel Hendryckx, Tom Lanoye en Dooreman kennen elkaar al lang. Toen Lanoye en Dooreman (toen nog als tekenaar) voor het eerst samenwerkten aan de publicatie van Rozegeur en maneschijn (1983), stond Hendryckx aan de zijlijn aanwijzingen te geven. Daarna werden Dooreman en Hendryckx een duo. Dooreman evolueerde van tekenaar tot vormgever voor onder meer de Blauwe Maandag Companie, Het Toneelhuis, en heel wat boeken.
Niemands Land is dus ook een hereniging van drie vrienden, wat de publicatie voor Dooreman een speciale dimensie geeft. Maar ook het onderwerp lokte hem. Niet zozeer omdat het over de oorlog gaat, maar omdat hij voor de tekeningen kon werken naar de stijl van het Duitse satirische magazine Simplicissimus (1896-1944), waarin destijds cartoons verschenen die het genre een artistieke meerwaarde verleenden. Dooreman maakte voor Niemands Land zeven prangende tekeningen van soldaten.
Dat Niemands Land zo'n serene indruk maakt, heeft ten slotte ook te maken met de bijna klassieke lay-out. Dooreman had voor de publicatie in De Standaard al een opvallende lay-out gemaakt, die de aandacht moest trekken op een krantenpagina. Voor de vormgeving van het boek wilde hij weer naar af. ,,Ik kon weer lo-fi werken, meer een klassieke richting uitgaan. Daar voel ik me goed bij'', zegt hij.
De sobere typografie wordt in het tweede deel plots doorkruist door een spectaculaire vormgeving van het gedicht ,,The assault'' (De bestorming) van Robert Nichols. Ze doet meteen denken aan de typografische experimenten van Paul Van Ostaijen. Het geheim, legt Dooreman uit, zit hem in het gebruik van een onbekende ,,letterkast'' (een reeks lettertypes) van een ontwerper uit Praag, waaruit Dooreman er twaalf selecteerde. Die zelfopgelegde beperking werkt de eenvormigheid in de hand.
Niemands Land nodigt uit tot meditatie, wat door de vreemde, groene kleur van het omslag nog wordt versterkt. Ook daarachter zit een technisch geheimpje: de kleur werd bekomen door goud met blauw te mengen, waardoor het resulterende groen een metaalachtig licht in zich meedraagt. Het is de ultieme metafoor: de metalen kleur van de tanks en geweren wordt als het ware opgeheven in het lichtende goud van de poëzie die dit boek uitstraalt.
Ik leg het in het salon en lees er nu en dan een gedicht uit. De Groote Oorlog mag dan een afgesloten episode zijn, de betekenis ervan heeft zo'n universele dimensie dat elke generatie, elk mens er weer zijn eigen verhaal van moet maken. Dit boek helpt daarbij.
,,Niemands Land'' is verschenen bij Prometheus en ligt nu in de winkel. Op zondag 15 september verzorgt het trio Tom Lanoye, Jan Decleir en Josse De Pauw een ,,evenement'' rond ,,Niemands Land'' aan de Menenpoort in Ieper om 20.30 uur.