Details
[32] p. : ill.
Besprekingen
Leeswelp
Andere speelse verzen zijn langere, verhalende of nonsensgedichten in de traditie van Annie M. G. Schmidt of Diet Huber. De meeste langere gedichten zijn echter bespiegelend en rijmen niet of sporadisch. Zo zijn er de verzen over de duif in huis die haar vrijheid zoekt, de invalide kip die juist door haar gebrek een menselijk trekje krijgt of over het dode konijn in de berm. Enkele van deze gedichten vind ik minder geslaagd, vooral wanneer de 'filosofie' te opdringerig en boven de hoofden van de kinderen wordt verwoord zoals in 'M': "ik zou meer om// motten willen geven, naar alle/ kanten evenveel houden van, want/ ook zelf ploeter ik rond op zoek// naar liefde."
Sieb Posthuma is vooral bekend door zijn prentenboeken over zijn eigen foxterriër Rintje. Hij tekent het liefste dieren en dat plezier spat ook van de pagina's in dit boek. Al op de schutbladen kun je een luimig dierenalfabet bewonderen, zonder tekst. Verder in het boek spelen teksten en illustraties voortdurend op elkaar in. Bij de 'A' van 'ansjovis' hebben de vissen op de prent een letter A als hoofd en bij de 'Q' vormt die letter het lijf van de hanen. Hierbij hoort het kortste gedicht uit de bundel, een doordenkertje: "- kele -". Bij de 'H' draagt het kind een mal badpak in de vorm van die letter. Bij de 'J' verbeeldt Posthuma de woordspelletjes van de dichter op verschillende manieren. De dame met boothals heeft een hals in de vorm van een stoomboot, en dan heb je de 'jakhals' nog niet gezien. Bij het vers over het dode konijn staan twee konijnen in deftig lijkschouwerpak bij een kist met konijnenoren. De X en de Y bieden een complete integratie van tekst en tekeningen. Bij die letters vond de dichter geen dieren, maar ze vormen wel de sporen van vogels (musjes en een spreeuw) in de sneeuw. De tekenpret blijkt ten slotte ook uit de gebruikte technieken, waarbij de illustrator zich uitleeft in collages van geschilderde vlakken, inktlijnen en geknipte en geplakte figuren.
Van Ansjovis tot Zwijntje is een heel gevarieerd, speels en kleurrijk dierenalfabet dat door het samenspel van teksten en illustraties de kijkers en lezers beurtelings of tegelijk amuseert, confronteert en inspireert. [Jan Van Coillie]
NBD Biblion
Pluizer
Sieb Posthuma kwam met het voorstel om een dierenboek te maken op basis van de gedichten van Ted van Lieshout. Dat voorstel werd enthousiast onthaald. Het zou een ABC-boek worden. Elke beginletter mocht slechts één keer voorkomen. Ted van Lieshout maakte een keuze uit een aantal bestaande gedichten en schreef er een voor de dieren die nog geen gedicht achter hun beginletter hadden. Zo ontstond een gevarieerde bundel met 26 gedichten. Ze variëren zowel in moeilijkheidsgraad als stijl, inhoud en tekst. Soms zijn ze humoristisch, eenvoudig toegankelijk, soms ook filosofisch of abstract. De paginagrote illustraties sluiten mooi aan bij wat geschreven staat. Ook hierin werd de humor op subtiele wijze verwerkt. Deze bundel lijkt doordacht en met plezier gemaakt. Hij richt zich tot alle leeftijden en nodigt uit om met evenveel plezier te lezen.