Details
[36] p. : ill.
Besprekingen
Leeswelp
Dat abrupte einde wordt neergeschreven in twee pagina's die ook visueel afsteken tegen de rest van het boek. Waar Harrie Geelen tot dan heel kleurrijke prenten schilderde met uitgewerkte achtergronden en leuke details, tekent hij bij dit einde louter eenvoudige personages. Het lijkt erop dat Imme Dros en Geelen plots beseften dat ze al voldoende pagina's hadden en daarom het verhaal maar snel hebben afgerond. Dat levert een groot contrast op tussen de trage opbouw van verhaal, met veel tekst en illustratie, en het snelle, onbevredigende einde. Onwaarschijnlijk is dat de sint de dichter niet zou herkennen omdat hij een zwart gezicht heeft. Van prentenboekmakers mag verwacht worden dat ze subtieler omgaan met de kleurgevoeligheid in het sinterklaasverhaal. Ook onwaarschijnlijk is dat de kerstman plots weer opduikt en een hele wending heeft gemaakt. Toch een vreemd einde voor wat een veelbelovend prentenboek leek, met leuke rijmen en wendingen. Het hele debat rond de 'inheemse' sint en de 'uitheemse, commerciële' kerstman wordt er goed in verwerkt, de handschriftmachine is een goede vondst (en knap uitgebeeld door Geelen, die hier fascinatie en huiver weet te combineren), en het verhaal wordt goed opgebouwd (zo vallen de rijmen in de verzen ook effectief weg wanneer de sinterklaasdichter wordt ontvoerd). [Chris Bulcaen]
NBD Biblion
Pluizer
Elk jaar in september gaat Sinterklaas op bezoek bij de sinterklaasdichter, de ik-persoon in dit boek. Twee tot drie maanden lang schrijven ze samen sinterklaasgedichten, totdat elk kind aan de beurt geweest is. Dan vertrekt Sinterklaas naar zijn stoomboot, om cadeautjes te gaan uitdelen, en heeft de dichter weer een heel jaar de tijd om verzen te verzinnen. Op een avond wordt er aangebeld: voor hij het weet, wordt de sinterklaasdichter ontvoerd door de Kerstman. Die is immers jaloers op het succes van zijn grote concurrent. Als een echte zakenman wil hij het rijmen en dichten commercialiseren. De sinterklaasdichter is echter zo geschokt, dat hij van de schrik niet meer kan rijmen. De Kerstman doet het dan maar zelf en laat de dichter vrij. Hij leert echter al snel dat hij niet in de maat kan rijmen, en laat het dichten dus maar aan de Sint over. En hij wacht vol spanning op zijn pakje bij de haard. Dit is in feite een heel grappig verhaal, met heel wat dubbele bodems en verwijzingen naar de commercialisering van tradities. Het boek is, zoals we dat van Imme Dros gewend zijn, met veel métier geschreven. De tekst volgt het ritme van het verhaal: eerst op rijm, na de ontvoering wordt het rijm losgelaten, als de Kerstman rijmt klopt het ritme niet, en tenslotte, als alles weer goed is, opnieuw karamellenverzen. De illustraties zijn echte pareltjes, maar de kleuren zijn erg donker, en de Kerstman wordt voorgesteld als een grote boeman, een heuse boef die geen tegenspraak duldt. Dat maakt het boek vrij angstaanjagend. Leuk om samen te lezen met al wat grotere kinderen, waarbij je kunt napraten over traditie, en de commercialisering ervan. Alleen, jonge kinderen kunnen er niet veel mee. En zeker de Vlaamse kinderen niet, want die kennen de traditie van de sinterklaasverzen helemaal niet. Nog even meegeven dat dit boek voor het eerst verscheen in 2006, als geschenk in een serie sinterklaasboeken van Douwe Egberts.